SurfInfo.nl

Gids · Basis

Surf etiquette

In de line-up staan geen borden en er is geen scheidsrechter. Toch zijn er duidelijke regels. Ze bestaan niet om nieuwkomers te pesten, maar omdat twee mensen op één golf een reëel blessurerisico is.

De belangrijkste regel

Eén golf, één surfer. Degene die het dichtst bij de piek zit — het punt waar de golf begint te breken — heeft voorrang. Zit er al iemand op de golf? Dan is die golf niet van jou, hoe goed hij er ook uitziet.

Wie heeft voorrang?

De basisregel: de surfer die het dichtst bij de piek zit, heeft recht op de golf. De piek is het punt waar de golf het eerst breekt en waar de meeste energie zit.

Breekt de golf naar rechts (vanuit de zee gezien naar links), dan heeft de surfer die het verst naar links zit voorrang, en omgekeerd. Bij een A-frame — een golf die naar beide kanten breekt — kunnen twee surfers de golf delen: één gaat links, één gaat rechts.

In de praktijk komt het neer op één vraag die je jezelf stelt vóórdat je gaat peddelen:zit er iemand dichter bij het brekende deel dan ik? Zo ja, laat gaan.

Dropping in: de grootste zonde

Dropping in is opstaan op een golf waar al iemand op zit, meestal door verder naar de schouder te peddelen en de golf te pakken terwijl de rechtmatige surfer er al op afkomt.

Dit is niet alleen onbeleefd, het is gevaarlijk. De surfer die al op de golf zit komt met snelheid jouw kant op en heeft nauwelijks ontwijkruimte. Twee boards met vinnen die op elkaar klappen levert echte verwondingen op.

Gebeurt het je per ongeluk — en dat gebeurt iedereen een keer — dan is de oplossing simpel: ga er zo snel mogelijk af en zeg sorry. Niemand blijft daar boos over. Wie het drie keer doet en niets zegt, wordt een probleem.

Snaken

Snaken is telkens net iets verder naar binnen peddelen dan degene die al op zijn beurt wacht, zodat je technisch gezien dichter bij de piek zit en dus voorrang claimt. Formeel volg je de regel, in de praktijk pak je iemands golf af.

In een rustige line-up valt het weinig op. In een drukke, zoals Scheveningen op een goede zaterdag, is het de snelste manier om jezelf impopulair te maken.

Peddel je nooit door de line-up

Ga je naar buiten, peddel dan om de brekende golven heen, niet dwars door de zone waar mensen aan het surfen zijn. Bij veel Nederlandse spots betekent dat via het kanaal of langs de rand van de bank.

Kom je toch iemand tegen die op een golf zit, dan is de regel eenduidig:peddel naar het witwater, niet naar de schouder. De surfer op de golf gaat naar de open schouder toe. Als jij daarheen peddelt om droog te blijven, peddel je precies zijn lijn in. Neem de klap in het witwater; dat is jouw verantwoordelijkheid.

Houd je board vast

Gooi je board nooit weg om onder een golf door te duiken als er iemand achter je is. Een board aan een leash veert met kracht terug en is een hard voorwerp met vinnen.

Leer in plaats daarvan een duck dive (kort board onder de golf door duwen) of een turtle roll (met een groot board omrollen en je board vasthouden). Beide vragen oefening, maar ze zijn een van de belangrijkste veiligheidsvaardigheden die je kunt leren.

Als beginner in een drukke line-up

Het eerlijke advies: ga er in het begin niet in. Niet omdat je er niet hoort, maar omdat je er weinig plezier aan beleeft en je onnodig risico loopt.

  • Blijf in het witwater dicht bij de kant. Daar leer je opstaan, en daar zit niemand je in de weg.
  • Kies een plek naast de groep, niet ertussen. Bij een breed Nederlands strand is er altijd honderd meter verderop een rustiger stuk.
  • Blijf uit de buurt van surflessen. Die groepen hebben grote softtops en beperkte controle.
  • Kijk eerst tien minuten. Waar zit de piek? Waar peddelen mensen naar buiten? Wie is de beste surfer, en waar zit die?

Lokaal respect

Nederlandse spots zijn over het algemeen ontspannen. Localisme in de agressieve betekenis is hier zeldzaam. Maar er zijn plekken met een duidelijke pikorde — Scheveningen Zuid op een stormdag, de Maasvlakte bij een grote swell — waar de lokale surfers de spot kennen, de stroming kennen en er al twintig jaar komen.

De omgangsvorm is simpel: kom je ergens voor het eerst, houd je dan bescheiden, pak niet direct de beste golven, groet mensen en geef ook eens een golf weg. Dat wordt gezien en gewaardeerd, en na een paar sessies hoor je erbij.

De regels in het kort

Wel doen

  • Kijk voor je peddelt of iemand dichter bij de piek zit
  • Peddel om de line-up heen naar buiten
  • Neem het witwater als iemand op een golf zit
  • Houd je board altijd vast of onder controle
  • Zeg sorry als je iemand afsnijdt
  • Help iemand die in de problemen zit
  • Neem je afval mee, ook dat van een ander
  • Groet mensen in het water

Niet doen

  • Opstaan op een golf waar al iemand op zit
  • Steeds verder naar binnen peddelen om voorrang te claimen
  • Je board weggooien met mensen achter je
  • Dwars door de zone peddelen waar gesurft wordt
  • Elke golf van de set proberen te pakken
  • In de zwemzone surfen als daar vlaggen staan
  • Vlak naast een surfles gaan liggen
  • Iemand uitschelden die duidelijk nog leert

Woordenlijst

Nederlandse surfers gebruiken veel Engelse termen. De belangrijkste:

Line-up
De plek waar surfers zitten te wachten op golven, net buiten waar de golven breken.
Piek / peak
Het punt waar de golf het eerst breekt. Wie hier het dichtst bij zit, heeft voorrang.
Set
Een groepje grotere golven dat samen aankomt, met rustiger water ertussen.
Take-off
Het moment waarop je de golf pakt en opstaat.
Dropping in
Opstaan op een golf waar al iemand op zit. De grootste overtreding.
Duck dive
Met een kort board onder een aankomende golf door duiken.
Turtle roll
Met een groot board omrollen om onder een golf door te komen.
Witwater
Het schuim van een al gebroken golf. Waar beginners oefenen.
Schouder
Het nog ongebroken deel van de golf, naast het brekende deel.
Offshore
Wind van land naar zee. Houdt de golf glad.
Onshore
Wind van zee naar land. Maakt de golf rommelig.
Beach break
Een golf die breekt op een zandbodem. Vrijwel alle Nederlandse spots.
Leash
Het koord tussen je enkel en je board. Je belangrijkste veiligheidsmiddel.
Flat
Geen golven.