Surfmateriaal
Materiaal dat werkt voor de Noordzee is niet hetzelfde als materiaal voor Portugal. Onze golven zijn slapper en korter, dus drijfvermogen is hier belangrijker dan manoeuvreerbaarheid. Geen winkel, wel uitleg.
Boardkeuzehulp
Bereken op basis van je lengte, gewicht en niveau welk volume en welk type board logisch is voor Nederlandse condities.
Open de keuzehulp →Wetsuit keuzehulp
Welke dikte heb je nodig bij de actuele watertemperatuur, wind en sessieduur?
Open de keuzehulp →Het board
De belangrijkste eigenschap van een surfboard is niet de lengte maar hetvolume, uitgedrukt in liters. Volume bepaalt hoeveel drijfvermogen je hebt, en drijfvermogen bepaalt hoe makkelijk je golven pakt.
Voor Nederland geldt een simpele vuistregel: neem meer volume dan je denkt nodig te hebben. Onze windswell heeft weinig kracht, dus het board moet het werk doen. Een board waarmee je in Frankrijk prima uit de voeten kunt, kan hier net te weinig drijven om de golf op tijd te pakken.
Types
- Softtop (7' tot 9', 60 – 90 liter) — zachte bovenkant, veel volume. Wat je bij een surfles krijgt. Veiliger voor jezelf en anderen, en je pakt er bijna elke golf mee. Als beginner heb je hier het langst plezier van.
- Longboard (8'6" tot 9'6") — glijdt al bij minimale golven. Uitstekend voor de slappe zomerdagen die Nederland veel heeft.
- Funboard of mini-mal (7' tot 8') — de logische tweede stap na een softtop. Nog genoeg volume om golven te pakken, al wendbaarder.
- Fish of groveler (5'4" tot 6'2", breed, veel volume) — kort maar dik. Speciaal ontworpen voor kleine, slappe golven en daarmee eigenlijk het ideale Nederlandse board voor gevorderden.
- Shortboard (5'8" tot 6'4", smal) — alleen zinvol als het echt goed is, en dat is in Nederland een beperkt aantal dagen per jaar.
Het meest gemaakte fout
Te snel naar een te klein board. Iemand surft drie maanden, ziet profs op een 6'0" en koopt er een. Vervolgens pakt hij nog maar een fractie van de golven, wordt hij niet beter en verliest hij plezier. Blijf langer op volume dan je ego prettig vindt — je leert sneller op een board dat golven pakt.
De leash
Je leash is het koord tussen je enkel en je board, en het is je belangrijkste veiligheidsmiddel: je board is je drijfmiddel. Zonder leash raak je het kwijt en moet je zwemmen, mogelijk in stroming.
- Lengte: ongeveer gelijk aan de lengte van je board, of iets langer. Een 7' board krijgt een 7' leash.
- Dikte: dikker is sterker maar geeft meer weerstand in het water. Voor Nederlandse condities volstaat een standaard dikte; alleen bij grote swell is een dikkere zinvol.
- Controleer hem elke keer. De zwakke plekken zijn de rail saver bij het board en de aansluiting bij de enkelband. Een verkleurde of stijve leash is aan vervanging toe.
- Bevestiging: de leash gaat aan de staart van het board, via het leash plug, met een leash string van stevig koord. Draag hem aan je achterste voet.
Vinnen
Vinnen zorgen voor houvast en richting. Zonder vinnen glijdt je board alle kanten op.
- Single fin — één grote vin, klassiek op longboards. Stabiel, rustige bochten.
- Thruster (3 vinnen) — de standaard. Goede balans tussen grip en wendbaarheid.
- Twin fin (2 vinnen) — sneller en losser, glijdt makkelijker door slappe secties. Populair op fishes en daarmee goed geschikt voor Nederland.
- Quad (4 vinnen) — veel snelheid, goede grip. Werkt prettig in kleinere golven.
Als beginner hoef je je hier nauwelijks druk om te maken: de vinnen die bij je board zitten voldoen. Grotere vinnen geven meer grip en stabiliteit, kleinere maken het board losser.
Wax en grip
Wax geeft grip op het dek van je board. Belangrijk detail voor Nederland: wax istemperatuurafhankelijk. Zomerwax wordt in koud water hard en glad; winterwax wordt in warm water een kleverige smurrie.
- Cold / winter wax — voor water onder ongeveer 14 graden. Het grootste deel van het Nederlandse jaar.
- Cool wax — ongeveer 14 tot 19 graden.
- Warm / tropical — heb je in Nederland eigenlijk nooit nodig.
Breng eerst een basecoat aan en daarna de laag die bij de temperatuur past. Een griptape (deck pad) op de staart is een alternatief dat geen onderhoud vraagt.
Verder
- Boardbag — vooral belangrijk tegen zonnewarmte in de auto. Een board dat in een hete auto ligt kan delamineren.
- Changing robe of poncho — in Nederland geen luxe maar een uitkomst op een winderige parkeerplaats in november.
- Oordopjes — goedkoop en verstandig. Herhaaldelijk koud water in je gehoorgang kan op termijn surfer's ear veroorzaken.
- Reparatiesetje — een klein dingetje met UV-hars in je tas voorkomt dat een dingetje in de rail je board volzuigt.
Kopen of huren?
Huur eerst. De eerste vijf tot tien keer weet je nog niet wat bij je past, en vrijwel elke surfschool verhuurt materiaal. Pas als je merkt dat je regelmatig gaat en weet welk type board je prettig vindt, is kopen logisch.
Ga je kopen, overweeg dan tweedehands. Boards gaan lang mee en de Nederlandse markt heeft veel aanbod van mensen die te snel te klein zijn gegaan. Let bij een tweedehands board op waterschade: druk op de rails en het dek, en kijk of er verkleuring of zachte plekken zijn rond dingetjes.